ECLI:NL:RVS:2005:AS9269
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Beekhuis
- D.A.B. Montagne
- Rechtspraak.nl
Vergunning opslag mest in mestzakken leidt niet tot onaanvaardbare geurhinder
Bij besluit van 26 oktober 2004 verleende de gemeente Schouwen-Duiveland een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een opslag van 5.100 m3 mest in drie mestzakken. Appellanten stelden dat deze opslag onaanvaardbare geurhinder veroorzaakt en dat het geuronderzoek niet overeenkomt met de praktijk. Tevens maakten zij bezwaar tegen het ontbreken van voorschriften voor calamiteiten en omheining.
De Raad van State overwoog dat het geuronderzoek, uitgevoerd door Royal Haskoning en beoordeeld door PRA OdourNet, gebaseerd is op een worst case benadering en dat de geurbelasting binnen aanvaardbare normen blijft. De afstand tot woningen en de aan de vergunning verbonden voorschriften bieden voldoende bescherming tegen geurhinder.
Verder oordeelde de Raad dat de voorschriften ter voorkoming van bodemverontreiniging toereikend zijn en dat de omheining voldoet aan de Richtlijnen Mestbassins 1992. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor opslag van mest in mestzakken wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.