ECLI:NL:RVS:2005:AS9259
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- T.M.A. Claessens
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opheffing opschorting vergunning Pakhuis Afrika Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 30 maart 2004 een vergunning voor het veranderen van het gebouw Oostelijke Handelskade 19 te Amsterdam, bekend als Pakhuis Afrika. De Vereniging Eeuwigh Gaat Voor Oogenblick maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college werd afgewezen. Vervolgens stelde de vereniging beroep in bij de rechtbank Amsterdam, die het beroep ongegrond verklaarde en tevens het verzoek van Heijmans Vastgoed B.V. om opheffing van de opschorting van de vergunning toewijst.
De vereniging stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde dit verzoek en oordeelde dat de opschorting van de vergunning op grond van artikel 16, zevende lid, Monumentenwet 1988 van rechtswege geldt zolang niet op het hoger beroep is beslist. De door de voorzieningenrechter getroffen voorziening veranderde hier niets aan.
De Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de gemeentelijke Commissie van Welstand en Monumenten hadden positief geadviseerd over het bouwplan. Er was geen bewijs van belangenverstrengeling of onzorgvuldigheid in deze adviezen. De door de vereniging ingebrachte deskundigenrapporten konden het college niet bewegen anders te oordelen. De Voorzitter achtte het belang van verzoekster bij spoedige uitvoering voldoende aannemelijk en besloot de opschorting van de vergunning op te heffen, ondanks mogelijke onherstelbare gevolgen voor het monument.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De voorlopige voorziening werd uitgesproken op 3 maart 2005.
Uitkomst: De opschorting van de vergunning voor het veranderen van Pakhuis Afrika is opgeheven.