Uitspraak
200305883/1) heeft overwogen, doet het voorgaande niet af aan de mogelijkheid het gebruik van de recreatiewoningen als permanente woning onder een uitsluitend aan de persoon van appellanten gebonden overgangsrecht te brengen als de omstandigheden van het concrete geval daartoe aanleiding geven.
200302375/1) is dit beleid niet onredelijk.
200301985/1).
200304918/1) en 28 april 2004 (
200306379/1) overwogen dat het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 1991" geen gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning toestaat. De stelling van de vereniging en anderen berust derhalve op een kennelijke misvatting. Het standpunt van verweerder in het bestreden besluit dat de huidige permanente bewoning van de recreatiewoningen onder artikel 7, derde lid, onder 2, van de planvoorschriften valt is, anders dan de vereniging en anderen menen, niet onjuist.
200302375/1) is dit beleid niet onredelijk. De Afdeling stelt vast dat artikel 4, tweede lid, onder A, sub 1b, van de planvoorschriften in overeenstemming is met dit beleid. Het beroep van appellante geeft geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder in dit geval niet aan zijn beleid heeft kunnen vasthouden. Overigens is op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gebleken dat de woning van appellante een grondoppervlakte van 136 m² heeft.