Uitspraak
200106395/1, heeft de Afdeling dit besluit op grond van geluidaspecten vernietigd.
Raad van State
Bij besluit van 10 november 2003 en een herroepingsbesluit van 19 mei 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Winschoten de verzoeken van appellant om bestuurlijke handhavingsmiddelen afgeworpen met betrekking tot een door Stichting Spectrum geëxploiteerde inrichting. Appellant stelde dat de inrichting vergunningplichtig is en dat er sprake is van onaanvaardbare geluidhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de inrichting onder het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer valt, waardoor de vergunningplicht is komen te vervallen. De feitelijke situatie ten tijde van het besluit was bepalend, waarbij de inrichting vooral administratieve werkzaamheden verrichtte en kleinschalige productie met een sociaal-maatschappelijk doel.
Ten aanzien van de geluidsoverlast concludeerde de Afdeling dat het geluidrapport van DHV Milieu en Infrastructuur B.V. adequaat was en dat de lascabines in de avondperiode niet meer werden gebruikt na constatering van overschrijding. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er was geen grond voor toepassing van handhavingsmiddelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van handhavingsverzoeken is ongegrond verklaard omdat het Besluit van toepassing is en de geluidgrenswaarden worden nageleefd.