Uitspraak
200201375/1, te verwijderen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Lemsterland heeft appellante onder bestuursdwang aangeschreven om bouwwerken op het haventerrein aan de Plattedijk 16 te Lemmer te verwijderen, omdat deze in strijd zijn met het bestemmingsplan. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, maar zowel het college als de rechtbank hebben het besluit tot bestuursdwang gehandhaafd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen dat het college in beginsel verplicht is bestuursdwang toe te passen bij overtreding van een wettelijk voorschrift, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn zoals uitzicht op legalisatie of disproportionaliteit van het handhavend optreden. In deze zaak is geen uitzicht op legalisatie en geen bijzondere omstandigheden vastgesteld.
Verder oordeelt de Afdeling dat de bestuursdwangaanschrijving voldoende is gespecificeerd en dat de bouwwerken als geheel, inclusief windschermen en pergola, onder de aanschrijving vallen. Ook is geen sprake van toezeggingen van de gemeente die appellante gerechtvaardigd vertrouwen zouden kunnen geven.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 22 juli 2004. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuursdwangaanschrijving wordt gehandhaafd.