ECLI:NL:RVS:2005:AS8417
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning voor kunstrieten dak wegens strijd met redelijke eisen van welstand
Het college van burgemeester en wethouders van Blaricum weigerde op 23 oktober 2001 een bouwvergunning voor het aanbrengen van een kunstrieten dak op een woning. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 29 oktober 2002 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het daarop ingestelde beroep van appellant op 25 maart 2004 eveneens ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte de vergunning had geweigerd en onvoldoende gemotiveerd was afgeweken van de adviezen van de welstandscommissie en de Stichting Welstandszorg Noord-Holland. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college zich op redelijke gronden kon baseren op de negatieve adviezen van de welstandscommissie en dat er geen sprake was van onvoldoende motivering.
Verder concludeerde de Afdeling dat het college weliswaar in strijd met de zorgvuldigheid heeft gehandeld door het bezwaar te beslissen voordat het nadere advies van de welstandscommissie was ontvangen, maar dat appellant hierdoor niet in zijn belangen was geschaad. Ook werd geoordeeld dat het college niet in strijd met het verbod van détournement de pouvoir had gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.