ECLI:NL:RVS:2005:AS8402
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- J.R. Schaafsma
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nuttige toepassing versus verwijdering bij overbrenging ijzernoritafval naar België
Bij besluit van 17 december 1997 maakte de Staatssecretaris bezwaar tegen de voorgenomen overbrenging van 120.000 kilogram ijzernoritafval van DSM Andeno B.V. naar Scoribel N.V. in België. De overbrenging was bedoeld voor voorbehandeling en vervolgens inzet als brandstof en grondstof in de cementindustrie van Holcim. De Staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit besluit in 2003 en verwees terug.
In een nieuw besluit handhaafde de Staatssecretaris het bezwaar opnieuw, omdat hij meende dat er geen sprake was van nuttige toepassing maar van verwijdering. Appellante stelde dat de voorbehandeling deel uitmaakt van een verwerkingsproces dat als nuttige toepassing moet worden gekwalificeerd, waarbij de inzet in de cementindustrie de eerste handeling is.
De Afdeling oordeelde dat volgens het arrest van het Hof van Justitie uit 2003 de kwalificatie van de eerste handeling na overbrenging bepalend is. De voorbehandeling bij Scoribel N.V. bestaat uit mengen en wijzigen van afvalstoffen om een homogeen product te verkrijgen dat geschikt is voor directe inzet in de cementindustrie. Dit is een afzonderlijke handeling die niet als nuttige toepassing kan worden aangemerkt, maar als verwijdering.
De latere inzet in de cementindustrie, hoewel mogelijk nuttige toepassing, is niet relevant voor de kwalificatie van de overbrenging. Daarom is het bezwaar van de Staatssecretaris terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Scoribel N.V. wordt ongegrond verklaard en het bezwaar van de Staatssecretaris tegen de overbrenging van ijzernoritafval wordt gehandhaafd.