ECLI:NL:RVS:2005:AS8390
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.G. Drupsteen
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vernietiging last onder dwangsom wegens illegale uitbreiding inrichting afgewezen
Appellante kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het in werking zijn van een inrichting die in strijd was met artikel 8.1, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer. Dit betrof onder meer de oprichting van een nieuwe loods, uitbreiding van het terrein, verplaatsing van de weegbrug, nieuw kantoorgebouw en vervanging van kranen.
Verweerder handhaafde het besluit deels na bezwaar. Appellante stelde dat zij onterecht geen voornemen tot handhaving had ontvangen en dat er concreet uitzicht op legalisatie bestond omdat zij een aanvraag voor een revisievergunning had ingediend.
De Raad van State oordeelde dat het aanvoeren van het ontbreken van een voornemen tot handhaving te laat was en dat de last onder dwangsom niet gericht was op het indienen van een vergunningaanvraag maar op het beëindigen van de overtreding. De incomplete vergunningaanvraag bood geen concreet uitzicht op legalisatie.
Daarom was het handhavend optreden redelijk en werd het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.