Uitspraak
200300390/1, heeft de Afdeling dit besluit vernietigd.
200300390/1, geoordeeld dat deze gronden geen doel treffen. Nu niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden, dient te worden volstaan met een verwijzing naar dat oordeel.
Raad van State
Bij besluit van 27 februari 2002 stelde de provincie Utrecht hogere geluidgrenswaarden vast voor dertien woningen langs de Stroomweg de Tol en de Noordelijke Stadsas te Utrecht. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat in eerste aanleg werd afgewezen. Na vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde onder meer aan dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar bron- en overdrachtsmaatregelen om de geluidbelasting te beperken, dat de berekende geluidbelasting onjuist was vanwege verouderde verkeersgegevens en dat cumulatie met spoorweggeluid niet juist was meegenomen. Tevens werd betoogd dat voor de toekomstige situatie rekening gehouden had moeten worden met een geluidluwe gevel en dat de geluidbelasting hoger zou zijn door gefaseerde aanleg van wegen.
De Raad van State oordeelde dat het onderzoek naar maatregelen en de motivering van verweerder voldoende waren, dat de gehanteerde verkeersgegevens actueel en betrouwbaar waren en dat de cumulatie van geluidbelasting met spoorweglawaai niet tot een onaanvaardbare situatie leidt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van hogere geluidgrenswaarden voor woningen in Utrecht wordt ongegrond verklaard.