ECLI:NL:RVS:2005:AS7212
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering revisievergunning verblijfsaccommodatie en paardenhouderij
Appellanten hadden een revisievergunning aangevraagd voor een verblijfsaccommodatie annex paardenhouderij op een perceel in de gemeente Veere. Het college van burgemeester en wethouders van Veere weigerde deze vergunning op grond van artikel 8.10 van de Wet milieubeheer, stellende dat appellanten niet de drijvers van de inrichting waren.
Appellanten stelden dat deze weigering onterecht was en dat artikel 8.10 Wet milieubeheer geen grond bood voor de weigering. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat appellanten wel degelijk de drijvers van de inrichting waren ten tijde van de aanvraag. Tevens ontbrak in het besluit een duidelijke motivering welk milieubelang met het verlenen van de vergunning zou worden geschaad.
De Raad oordeelde dat het besluit in strijd was met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht omdat het niet op een deugdelijke motivering berustte. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente Veere werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de revisievergunning is vernietigd.