ECLI:NL:RVS:2005:AS7207
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- P.A. Offers
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over handhaving gebruik voormalige bakkerij als zelfstandige woning
Het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk legde op 16 oktober 2002 aan appellanten dwangsommen op om het gebruik van een gedeelte van een voormalige bakkerij als zelfstandige woning te beëindigen en de op zolder gebouwde badkamer te verwijderen. Appellanten maakten bezwaar en voerden onder meer aan dat het gebruik viel onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan en dat de verbouwing een niet-ingrijpende verandering betrof waarvoor geen bouwvergunning nodig was.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep gegrond voor zover het ging om de bestuursdwang en dwangsom met betrekking tot de badkamer en vernietigde de beslissing op bezwaar. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard. Zowel appellanten sub 1 als appellante sub 2 stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat het gebruik van de voormalige bakkerij als zelfstandige woning bestond op het moment van het van kracht worden van het bestemmingsplan, zodat geen sprake was van voortzetting van strijdig gebruik. Ook werd geoordeeld dat de verbouwing niet als een niet-ingrijpende verandering kon worden aangemerkt omdat het gebruik veranderde en geen bouwvergunning was verleend. Het college was derhalve bevoegd om handhavend op te treden.
Verder werd bevestigd dat geen concreet uitzicht op legalisatie bestond en dat de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding stond tot het geschonden belang. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college bevoegd was om handhavend op te treden tegen het gebruik van de voormalige bakkerij als zelfstandige woning zonder vergunning.