ECLI:NL:RVS:2005:AS6240
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inschrijving huwelijk in gemeentelijke basisadministratie
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wees het verzoek van appellant om zijn in het buitenland gesloten huwelijk in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens in te schrijven af. Dit gebeurde aanvankelijk bij besluit van 1 augustus 2001, dat onherroepelijk werd verklaard. Een nieuw verzoek in 2003 werd eveneens afgewezen, waarbij het college verwees naar het eerdere besluit.
Appellant stelde dat het Verdrag van Cotonou en nieuwe jurisprudentie aanleiding gaven tot heroverweging, en overhandigde een verslag van een hoorzitting over de weigering van legalisatie van documenten. De Raad van State oordeelde dat deze argumenten geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, en dat herhaalde beoordeling van hetzelfde geschil niet is toegestaan.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Maastricht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft het eerdere besluit tot afwijzing van de inschrijving van het huwelijk in de gemeentelijke basisadministratie ongewijzigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot inschrijving van het huwelijk wordt bevestigd.