ECLI:NL:RVS:2005:AS6239
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking voorwaardelijke toevoeging wegens overschrijding financiële draagkracht
Bij besluit van 10 juli 2003 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch een voorwaardelijke toevoeging aan appellante met terugwerkende kracht ingetrokken wegens overschrijding van de financiële draagkracht zoals bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand (Wrb).
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij de advocaatkosten niet kon betalen omdat haar vermogen was uitgegeven aan herinrichtingskosten, huurlasten, kinderen en belastingschulden, en dat zij zich overvallen voelde door de rekening van haar advocaat. De rechtbank oordeelde echter dat alleen de financiële situatie ten tijde van de beëindiging van de rechtsbijstand relevant is en dat latere uitgaven en schulden buiten beschouwing blijven.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat appellante bij het verkrijgen van de voorwaardelijke toevoeging op de hoogte was dat definitieve toevoeging achterwege zou blijven indien haar financiële draagkracht de wettelijke grenzen overschreed. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; intrekking voorwaardelijke toevoeging bevestigd wegens overschrijding financiële draagkracht.