ECLI:NL:RVS:2005:AS6205
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake handhaving bestemmingsplan bosbouwactiviteiten Enschede
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede weigerde handhavend op te treden tegen het bestemmingsplan strijdige bosbouwactiviteiten op een perceel in Enschede. Na diverse procedures vernietigde de rechtbank Almelo het besluit van het college deels, maar verklaarde het beroep tegen de weigering handhavend op te treden tegen bosbouwactiviteiten ongegrond.
De appellanten stelden dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat de bosbouwactiviteiten onder het overgangsrecht mochten worden voortgezet. De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende had toegelicht welke activiteiten onder het overgangsrecht vielen en dat het besluit op bezwaar in strijd was met artikel 7:12 Awb Pro. De rechtbank had dit miskend.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden deel van het vonnis en verklaarde het beroep tegen de bosbouwactiviteiten alsnog gegrond. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering handhavend op te treden tegen bosbouwactiviteiten wordt gegrond verklaard en het bestreden deel van het vonnis vernietigd.