ECLI:NL:RVS:2005:AS6198
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Raad van State inzake beroep tegen vaststelling uitslag referendum Soest
Op 19 januari 2005 vond in de gemeente Soest een referendum plaats over een besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2004 betreffende de toepassing van artikelen uit de Wet voorkeursrecht gemeenten. Het centraal stembureau stelde de uitslag van het referendum vast en maakte dit op 26 januari 2005 bekend via aanplakking en publicatie in de Soester Courant, waarbij werd vermeld dat het referendum geen raadgevende uitspraak tot afwijzing was.
Appellant stelde tegen deze vaststelling beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 7 februari 2005. De Afdeling oordeelde dat het besluit van 3 juni 2004 geen besluit is zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de Tijdelijke referendumwet, waardoor deze wet niet van toepassing is. De gemeentelijke verordening kan niet afwijken van de wettelijke bepalingen omtrent de rechtsgang.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en bepaalde dat het beroepschrift als bezwaarschrift bij het centraal stembureau moet worden behandeld. Omdat het centraal stembureau onjuiste informatie had verstrekt over de mogelijkheid van beroep bij de Afdeling, gelastte de Afdeling dat de gemeente Soest het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.