ECLI:NL:RVS:2005:AS6188
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtsgevolgen herziening en terugvordering huursubsidie wegens onjuiste vermogensvaststelling
Appellante kreeg huursubsidie toegekend voor de jaren 1997-1998 en 1998-1999. De Staatssecretaris herzag deze subsidies met terugwerkende kracht op basis van een besluit van de inspecteur van de Belastingdienst waarin het rekenvermogen van appellante werd vastgesteld. Appellante stelde dat bij die vaststelling een fout was gemaakt door het vermogen van haar dochter per 1 januari 1999 te gebruiken in plaats van per 1 januari 1998.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Raad van State oordeelde dat het vaststellingsbesluit van 9 januari 2001 waarschijnlijk onjuist was en dat de Minister geen navraag had gedaan bij de inspecteur. Omdat het onjuiste besluit niet meer kon worden herzien en niet als vaststaand kon worden aangenomen dat de gegevens onjuist waren, mocht de herziening en terugvordering niet met terugwerkende kracht plaatsvinden.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen in stand hield en bevestigde het verder vernietigende oordeel van de rechtbank. Tevens werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot herziening en terugvordering van huursubsidie worden vernietigd wegens onjuiste vermogensvaststelling.