ECLI:NL:RVS:2005:AS6186
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.H.M. van Altena
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking vertrouwelijke passages ambtsbericht in asielprocedure
Appellant verzocht de Minister van Buitenlandse Zaken om openbaarmaking van de stukken die ten grondslag lagen aan een individueel ambtsbericht in zijn asielprocedure. De Minister stemde toe, met uitzondering van enkele passages die vertrouwelijke informatie bevatten over bronnen, methoden en persoonlijke gegevens.
Appellant maakte bezwaar tegen deze gedeeltelijke weigering, maar dit werd door de Minister en vervolgens door de rechtbank Almelo ongegrond verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn belangen bij volledige openbaarmaking onvoldoende waren meegewogen, mede gelet op het gelijkheidsbeginsel in artikel 6 EVRM Pro en artikel 14 Bupo Pro.
De Raad van State oordeelt dat het beroep van appellant op deze mensenrechtenbepalingen niet slaagt omdat het gaat om een procedure op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en niet om de asielprocedure zelf. De belangenafweging van de Minister om bronbescherming en privacy te waarborgen is redelijk en rechtvaardigt de gedeeltelijke weigering.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke weigering van openbaarmaking wordt bevestigd.