ECLI:NL:RVS:2005:AS6173
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen milieuvergunning voor vergistingsinstallatie in Wanroij
Bij besluit van 28 september 2004 verleende de provincie Noord-Brabant aan de Coöperatie Beheer Mineralen UA een milieuvergunning voor het oprichten en exploiteren van een vergistingsinstallatie voor dierlijke meststoffen en bermgras in Wanroij. Verzoekers stelden beroep in en verzochten om een voorlopige voorziening tegen deze vergunning.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 18 januari 2005. Verzoekers voerden onder meer aan dat de aanvraag onvolledig was, dat een milieueffectrapportage verplicht was vanwege een capaciteit van meer dan 100 ton per dag, dat geur- en geluidshinder te verwachten waren, en dat de vergunningtermijn onterecht was vastgesteld.
De Voorzitter oordeelde dat de aanvraag voldoende informatie bevatte en dat de maximale capaciteit volgens de aanvraag 98,7 ton per dag bedroeg, waardoor geen m.e.r.-beoordelingsplicht bestond. De geur- en akoestische onderzoeken voldeden aan de strengste normen en gaven geen aanleiding tot het vermoeden van onaanvaardbare hinder. Economische motieven waren niet relevant voor het voorlopige besluit. Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de milieuvergunning wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en gegronde bezwaren.