ECLI:NL:RVS:2005:AS5498
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- E.J. Nolles
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbende bij bouwvergunning voor opslagruimte en werkplaats
Het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode verleende op 1 juli 2003 een bouwvergunning voor het oprichten van een opslagruimte annex werkplaats op een perceel te Sint-Oedenrode. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant geen rechtstreeks belang had bij het besluit.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk belanghebbende was, omdat hij vanaf zijn perceel zicht had op het bouwwerk en de rechtbank ten onrechte de coördinatieregeling van artikel 52 Woningwet Pro niet had betrokken. De Raad van State overwoog dat de afstand tussen het perceel van appellant en het bouwperceel ongeveer 340 meter bedraagt, met tussenliggende bebouwing en bomen, waardoor appellant vanuit zijn woning geen zicht heeft op het bouwperceel. Vanaf een deel van zijn grond was een beperkt zicht mogelijk, maar dit was onvoldoende om van een rechtstreeks belang te spreken.
De Raad van State bevestigde dat de ruimtelijke uitstraling van het bouwplan gering is en dat het belang van appellant niet onderscheidend is ten opzichte van anderen. De coördinatieregeling uit artikel 52 Woningwet Pro is niet relevant voor het oordeel over het belang bij de bouwvergunning. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.