ECLI:NL:RVS:2005:AS5496
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- P.A. Offers
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake urgentieverklaring woonruimte Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees het verzoek van een woningzoekende om urgentieverklaring af op grond van artikel 2.5.1 van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 1997. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van de woningzoekende gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar.
Het college stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het toepassen van de hardheidsclausule een discretionaire bevoegdheid is die terughoudend moet worden getoetst. Gezien de feiten, waaronder het feit dat de gezinsuitbreiding al op een eerder adres had plaatsgevonden en dat de woningzoekende een aangeboden driekamerwoning had geaccepteerd, was er geen sprake van een noodgeval dat urgentie rechtvaardigde.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de woningzoekende ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de woningzoekende wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van urgentieverklaring blijft in stand.