ECLI:NL:RVS:2005:AS5466
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- J.R. Schaafsma
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning lozing verontreinigd hemelwater wegens onvoldoende onderzoek
Bij besluit van 7 april 2004 verleende de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat aan appellante een vergunning voor het lozen van verontreinigd hemelwater afkomstig van haar verwerkingsbedrijf op de dode Maasarm te Niftrik. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit omdat zij meende dat de lozingseisen onhaalbaar waren en dat de vergunning onterecht was gebaseerd op de aanwezigheid van een zuiveringsinstallatie die nog niet was vergund.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat bij de beoordeling van de aanvraag moest worden uitgegaan van de aanwezigheid van de zuiveringsinstallatie, ongeacht de vergunning daarvoor. Verder bleek uit het deskundigenbericht en de zitting dat onvoldoende inzicht bestond in de aard en omvang van de lozing vanwege wisselende neerslag en onvoldoende representatieve analysecijfers. De lozingseisen waren daarom onvoldoende onderbouwd en het besluit was in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en onderbouwing van de lozingseisen.