Uitspraak
200201975/1(AB 2003, 230). Daarin is overwogen dat het stelsel van de Woningwet zich verzet tegen het terugkomen op een in rechte onaantastbare beslissing op een bouwaanvraag zonder dat een nieuwe aanvraag is gedaan. Daarmee wordt gedoeld op de specifieke bepalingen over publicatieplichten, beslistermijnen, aanhoudingsplichten en het imperatief-limitatief stelsel van weigeringsgronden, alsmede de belangen van derden die een rol spelen. Reeds hierom is juist het oordeel van de voorzieningenrechter dat het college de aanvraag terecht als nieuwe aanvraag heeft behandeld.