ECLI:NL:RVS:2005:AS4732
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhavend optreden tegen aanbouw in Heerlen
Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen weigerde handhavend op te treden tegen een aanbouw bij een woning, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellant dat de aanbouw in strijd was met de bouwverordening en het Bouwbesluit, onder meer vanwege het ontbreken van isolatie tussen funderingen en afwijkingen van de bouwvergunning.
De Raad van State oordeelde dat het college zich op basis van akoestisch onderzoek en technische rapporten terecht op het standpunt kon stellen dat geen strijd met het Bouwbesluit bestond. De constructietekening van december 2000 verving de eerdere tekening en de aanbouw was volgens de aannemer conform deze tekening gebouwd, wat door appellant niet werd tegengesproken. De enige afwijking betrof het niet aanbrengen van chemische ankers, maar appellant wenste deze niet vanwege vermeende geluidsoverlast.
De Raad van State bevestigde dat het college in redelijkheid kon afzien van handhavend optreden. Civielrechtelijke afspraken tussen partijen boden geen grond voor vernietiging van het besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college om niet handhavend op te treden wordt bevestigd.