ECLI:NL:RVS:2005:AS3888

Raad van State

Datum uitspraak
20 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200409703/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.M. Boll
  • W.S. van Helvoort
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 AwbArt. 6:15 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:1 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vergunningaanvraag Wet milieubeheer

Verzoekster heeft op 12 december 2000 een aanvraag ingediend voor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer voor een inrichting op een perceel te Middelharnis. Na uitblijven van een besluit heeft zij bij de Raad van State beroep ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft op 8 januari 2003 het uitblijven van een besluit vernietigd en een termijn gesteld voor besluitvorming.

Verweerder heeft vervolgens een ontwerpbesluit ter inzage gelegd, waarop verzoekster haar aanvraag heeft gewijzigd. Verweerder heeft daarna bij brief van 21 april 2004 medegedeeld geen besluit te nemen op de gewijzigde aanvraag, wat wordt aangemerkt als een besluit tot niet-behandeling van de aanvraag op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Verzoekster heeft tegen dit besluit geen tijdig bezwaar gemaakt. Het ingediende beroepschrift is daarom als bezwaarschrift doorgezonden, maar omdat dit ruim buiten de gestelde termijn was, is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet tijdig ingediend bezwaar.

Uitspraak

200409703/2.
Datum uitspraak: 20 januari 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Middelharnis,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij brief van 26 november 2002, bij de Raad van State ingekomen op 27 november 2002, heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het met een besluit gelijk te stellen uitblijven van een besluit op de door haar op 12 december 2000 ingediende aanvraag om een vergunning te verlenen krachtens de Wet milieubeheer voor de inrichting op het perceel [locatie] te Middelharnis.
Bij uitspraak van 8 januari 2003, no. 200206303/3, heeft de Afdeling het beroep gegrond verklaard en het met een besluit gelijk te stellen uitblijven van een besluit vernietigd. In deze uitspraak heeft de Afdeling een termijn gesteld voor het nemen van een besluit.
Tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag heeft verzoeker bij brief van 30 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2004, beroep ingesteld. Bij brief van 30 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2004, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 januari 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. J.J. Vermeulen, advocaat te Middelharnis, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. C.J. IJdema, advocaat te Middelburg, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt, voorzover hier van belang, dat indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag aan te vullen.
2.2.    Verweerder heeft naar aanleiding van de uitspraak van 8 januari 2003 op 31 maart 2003 een ontwerp van een besluit op de aanvraag ter inzage gelegd. Naar aanleiding van dit ontwerp heeft verzoekster bij brief van 26 april 2003 de aanvraag gewijzigd. Bij brief van 21 april 2004 heeft verweerder verzoekster meegedeeld geen besluit te nemen op de gewijzigde aanvraag. Deze brief is aan te merken als een besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen, zoals bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen een dergelijk besluit dient, gezien de artikelen 7:1 en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht, eerst bezwaar te worden gemaakt. Het beroepschrift zal derhalve met toepassing van artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht ter behandeling als bezwaarschrift naar verweerder worden doorgezonden.
Nu het bezwaarschrift ruim buiten de daarvoor gestelde termijn is ingediend en nu vooralsnog niet is gebleken van feiten en omstandigheden die deze overschrijding van de termijn rechtvaardigen, ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening hangende de bezwaarschriftenprocedure af te wijzen.
2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van Staat.
w.g. Boll    w.g. Van Helvoort
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2005
361.