ECLI:NL:RVS:2005:AS3223
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning grondwateronttrekking wegens onvoldoende bodemonderzoek en motivering
Bij besluit van 17 mei 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan MAB B.V. een vergunning voor het onttrekken van grondwater nabij de Abel Tasmankade te Haarlem. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege onvoldoende onderzoek naar alternatieve locaties en bodemgesteldheid.
De Raad van State oordeelde dat het beroep van appellanten sub 1 deels niet-ontvankelijk was wegens het niet tijdig indienen van bedenkingen. De informatiebijeenkomst van 18 december 2003 werd niet als gedachtenwisseling beschouwd, waardoor dit verweer faalde. De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan bevoegd is om de aanvraag te beoordelen op de locatie die is aangevraagd, zonder rekening te houden met alternatieve locaties.
Echter, de Raad concludeerde dat het bestuursorgaan onvoldoende onderzoek had verricht naar de bodemgesteldheid op de onttrekkingslocatie. De motivering dat een veen- en kleilaag verzakkingen zou voorkomen, was niet deugdelijk onderbouwd, mede gelet op door appellanten overgelegde bodembeschrijvingen. Hierdoor was het besluit in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De beroepen werden gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor grondwateronttrekking wordt vernietigd wegens onvoldoende bodemonderzoek en motivering.