Uitspraak
200301787/1, op het beroep tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Overijssel tot goedkeuring van het wijzigingsplan met betrekking tot het perceel, reeds overwogen dat geen overschrijding van de maximaal toegestane oppervlakte ten dienste van de intensieve veehouderij wordt bereikt als gevolg van dit plan. Aangezien de meststieren voor een substantieel deel aangewezen zijn op voer van eigen bodem, hetgeen wordt bevestigd door het rapport van 20 november 2003 van Countus accountants en adviseurs te Raalte, heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van het telen van dieren in hoofdzaak, dan wel geheel onafhankelijk van de groeikracht van de bodem waarop het bedrijf wordt uitgeoefend. Het bouwplan is derhalve niet in strijd met het bestemmingsplan, zodat het college de bouwvergunning bij de bestreden beslissing op bezwaar terecht heeft gehandhaafd. De rechtbank is tot dezelfde conclusie gekomen.