ECLI:NL:RVS:2005:AS3193
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit tot gedogen van terrastoegang zonder bouwvergunning in afwachting van bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur besloot op 14 oktober 2002 de zonder vergunning aangebrachte toegang naar het dakterras te gedogen, na vernietiging van het eerdere besluit door de rechtbank Breda. Appellanten stelden zich op het standpunt dat het college handhavend had moeten optreden tegen deze bouwactiviteit.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellanten gegrond en vernietigde het collegebesluit van 1 april 2003. Het college nam daarop een nieuw besluit op 1 juni 2004, waarin de bezwaren opnieuw ongegrond werden verklaard, maar met een gewijzigde motivering. De Raad van State oordeelt dat het college in redelijkheid kon afzien van handhaving omdat er op dat moment concreet zicht was op legalisatie: de gemeenteraad had op 15 december 2003 een bestemmingsplan vastgesteld dat de bouw mogelijk maakte en er was een bouwaanvraag ingediend op 13 mei 2004.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellanten ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten is ongegrond verklaard en het college mocht de terrastoegang gedogen vanwege concreet zicht op legalisatie.