Uitspraak
200105583/1, dit besluit vernietigd en heeft bovengenoemd besluit van 8 februari 2000 herroepen, om de reden dat de gevraagde vergunning reeds op 23 oktober 1999 van rechtswege moest worden geacht te zijn verleend wegens het overschrijden van de beslistermijn.
200105583/1) volgt dat de Afdeling ten aanzien van het bovengenoemde besluit van de Staatssecretaris van 2 oktober 2001 onder meer heeft overwogen dat verweerder had miskend dat hij op onjuiste wijze toepassing had gegeven aan artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder had immers geen termijn gesteld waarbinnen de gelegenheid werd gegeven om de aanvraag aan te vullen. Het gevolg daarvan was dat verweerder niet had beslist op de aanvraag binnen de daarvoor gestelde wettelijke termijn. Dat betekende volgens de Afdeling dat de gevraagde vergunning moest worden geacht te zijn verleend wegens het overschrijden van de beslistermijn. Ten tijde van het nemen van het besluit in primo was verweerder dan ook niet meer bevoegd geweest om te beslissen op de aanvraag. Het bestreden besluit was derhalve in strijd met artikel 13 van Pro de Natuurbeschermingswet genomen. In verband hiermee diende het bestreden besluit in zoverre te worden vernietigd.