ECLI:NL:RVS:2005:AS2199
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Ch.W. Mouton
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen milieuvergunning voor windmolenpark op de Noordzee
Bij besluit van 9 maart 2004 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat aan Nuon Duurzame energie N.V. een milieuvergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een windmolenpark op de Noordzee. De vergunning is op 18 maart 2004 ter inzage gelegd. Stichting Vogelwacht Egmond heeft hiertegen beroep ingesteld bij de Raad van State.
De stichting maakte bezwaar tegen de wijze waarop de minister de door haar ingebracht bedenking over vogelslachtoffers heeft behandeld. De Raad oordeelt dat de minister voldoende op deze bedenking is ingegaan en dat er geen rechtsregel is die het niet letterlijk overnemen van de bedenking verbiedt. Verder is de beoordelingsvrijheid van de minister in het kader van de Wet milieubeheer erkend, waarbij de vergunning alleen geweigerd kan worden als nadelige milieugevolgen niet kunnen worden voorkomen of voldoende beperkt.
De stichting stelde dat er geen adequaat meetsysteem bestaat om vogelslachtoffers te monitoren, maar de Raad stelt vast dat er meetmethoden in ontwikkeling zijn en dat de minister terecht heeft aangenomen dat aan het monitoringsvoorschrift kan worden voldaan. Ook het verzoek van de stichting om compensatiegelden te ontvangen wordt niet toegewezen omdat dit geen betrekking heeft op de rechtmatigheid van het besluit.
De overige aangevoerde gronden zijn eveneens onvoldoende om het besluit onrechtmatig te verklaren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning voor het windmolenpark wordt ongegrond verklaard.