ECLI:NL:RVS:2005:AS2185
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Ch.W. Mouton
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van milieuvergunningvoorschriften wegens onduidelijkheid en onnodige belasting
Bij besluit van 1 maart 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Enschede aan appellante een revisievergunning voor een periode van vijf jaar voor een ijzergieterij en machinefabriek. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit, met name tegen diverse vergunningvoorschriften.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het zich richtte tegen vergunningvoorschrift 14.1.3 omdat appellante geen bedenkingen had ingebracht tegen het ontwerpbesluit. Voor de overige punten werd het beroep inhoudelijk behandeld.
De Afdeling verwierp meerdere bezwaren van appellante, onder meer over de toepassing van het ALARA-beginsel, verwijzingen naar normen en richtlijnen, en bodembeschermende maatregelen. Wel werden enkele voorschriften vernietigd, zoals voorschriften over schriftelijke instructies aan personen, opslag van gevaarlijke stoffen en afzuiging van dampen, omdat deze onduidelijk of onnodig belastend waren.
De Afdeling veroordeelde het college van burgemeester en wethouders tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit gedeeltelijk vernietigd.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard en enkele milieuvergunningvoorschriften zijn vernietigd wegens onduidelijkheid en onnodige belasting.