ECLI:NL:RVS:2005:AS2179
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- W.S. van Helvoort
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen gedogen zonder vergunning voor metaalhoudende afvalverwerking
Bij besluit van 23 november 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg besloten het zonder de vereiste vergunning krachtens de Wet milieubeheer in werking hebben van een inrichting voor metaalhoudende afvalstoffen te gedogen. Verzoekster Argentia B.V. maakte hiertegen bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De inrichting was eerder geëxploiteerd door Interchemic B.V., die failliet is gegaan. De vergunningen waren verlopen en aan de huidige exploitant was geen nieuwe vergunning verleend. De gedoogvoorwaarde stelde dat de aanwezige gevaarlijke afvalstoffen tot bepaalde hoeveelheden moesten worden teruggebracht voordat nieuwe afvalstoffen mochten worden geaccepteerd.
Verzoekster betoogde dat het gedogen niet gerechtvaardigd was omdat de vergunningaanvraag tekortkomingen vertoonde en het negatieve advies van de VROM-Inspectie dit onderbouwde. Ook stelde zij dat onvoldoende bodembescherming en financiële zekerheid waren verlangd. De Voorzitter oordeelde voorshands dat een vergunning op korte termijn mogelijk was, maar dat het niet aanvaardbaar was dat financiële zekerheid pas bij acceptatie van nieuwe afvalstoffen werd geëist. Daarom werd het gedoogbesluit geschorst en verweerder veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het gedoogbesluit wordt geschorst en de provincie Limburg wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.