ECLI:NL:RVS:2005:AS2160
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuursrechtelijk beroep tegen weigering vrijstelling opleiding kandidaat-gerechtsdeurwaarder
Appellant verzocht om vrijstelling voor de onderdelen Procesrecht 1 en/of Procesrecht 2 van de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder, maar de opleidingsdirecteur van het Molengraaff Instituut weigerde deze vrijstelling te verlenen. De commissie opleiding verwierp het beroep van appellant tegen deze beslissing. De rechtbank Haarlem verklaarde zich vervolgens onbevoegd om kennis te nemen van het beroep, omdat zij oordeelde dat de commissie opleiding geen bestuursorgaan was en het besluit dus niet vatbaar voor bestuursrechtelijk beroep.
In hoger beroep betoogde appellant dat de commissie opleiding wel een bestuursorgaan is, omdat haar beslissingen het uitoefenen van openbaar gezag betreffen. De Raad van State bevestigde dit en oordeelde dat de commissie opleiding bestuursorgaan is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De beslissing van de commissie opleiding is een besluit waartegen beroep mogelijk is bij de bestuursrechter.
De Raad van State stelde vast dat de rechtbank ten onrechte zich onbevoegd had verklaard en vernietigde diens uitspraak. Vervolgens oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat het beroep van appellant ongegrond is, omdat de opleidingsdirecteur terecht het verzoek om vrijstelling had afgewezen. De toetsing door de bestuursrechter is beperkt tot de formele aspecten van de besluitvorming en niet tot de inhoudelijke beoordeling van het kennen en kunnen van de cursist.
Tot slot werd appellant het betaalde griffierecht vergoed en werd een proceskostenveroordeling achterwege gelaten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vrijstelling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.