Verzoekster werd door het college van burgemeester en wethouders van Baarn verplicht het aantal kippen en hanen op haar perceel terug te brengen vanwege het ontbreken van een milieuvergunning voor een inrichting die gemiddeld 100 kippen en hanen hield.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, stellende dat geen vergunningplicht bestond en dat een akoestisch onderzoek ten onrechte werd verlangd. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek en oordeelde dat sprake was van een vergunningplichtige inrichting conform de Wet milieubeheer.
De vergunning was eerder door de Afdeling vernietigd, waardoor het houden van de kippen en hanen zonder vergunning in strijd was met artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Er was geen concreet zicht op legalisatie, en het bestuursorgaan had terecht bestuursdwang opgelegd.
De voorzitter zag geen reden om af te wijken van het bestuursdwangbesluit en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.