ECLI:NL:RVS:2005:AS2140
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- W.M.P. Van Gemert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen milieubeheervergunning akkerbouw en jongveehandel
Bij besluit van 24 augustus 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Emmen een vergunning aan de vergunninghouder voor het oprichten en in werking hebben van een akkerbouwbedrijf en jongveehandel op percelen te Emmen. Dit besluit werd op 7 september 2004 ter inzage gelegd. Verzoekers dienden op 15 oktober 2004 beroep in tegen dit besluit en verzochten op 19 oktober 2004 om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 16 december 2004, waarbij partijen werden gehoord. Verzoekers voerden aan dat sprake zou zijn van twee inrichtingen, dat de woning ten onrechte was gerangschikt onder categorie III van de brochure Veehouderij en Hinderwet, en dat de beoordeling van cumulatieve stankhinder onzorgvuldig was.
De Voorzitter overwoog dat de vraag of sprake is van één of twee inrichtingen nader onderzoek vergt en dat in dit stadium geen aanleiding bestaat voor een voorlopige voorziening. Ook de classificatie van de woning onder categorie III werd niet betwist op basis van de stukken. De motivering omtrent cumulatieve stankhinder gaf eveneens geen aanleiding tot voorlopige maatregelen.
Gezien het voorgaande wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 4 januari 2005 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen de milieubeheervergunning wordt afgewezen.