ECLI:NL:RVS:2005:AR8745
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid administratief beroep inzake stagebeoordeling fysiotherapieopleiding
Appellant had verzocht om alsnog toegelaten te worden tot een door hem aangevangen stage in het Bethesda Ziekenhuis te Basel en om beoordeling van deze stage. Dit verzoek werd door de voorzitter van de examencommissie van de Engelstalige opleiding fysiotherapie van Fontys Hogescholen afgewezen. Het College van beroep voor de Examens verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De rechtbank 's-Hertogenbosch vernietigde dit besluit, verklaarde appellant niet-ontvankelijk in zijn administratief beroep en verving het vernietigde besluit door haar uitspraak.
De Raad van State overwoog dat de brief van 26 september 2002, waarin de afwijzing werd meegedeeld, geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht was, omdat de voorzitter van de examencommissie deze brief had geschreven in zijn hoedanigheid van coördinator en feitelijke informatie verstrekte, niet een publiekrechtelijke rechtshandeling nam.
Daarom kon tegen deze brief geen beroep worden ingesteld bij het College van beroep voor de examens. De rechtbank had de niet-ontvankelijkverklaring van appellant terecht uitgesproken, zij het op andere gronden dan het college. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.