ECLI:NL:RVS:2005:AR8732
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen inschrijving in filiatieregister wegens geboorte voor inwerkingtreding Wet op de adeldom
Appellant verzocht om inschrijving in het filiatieregister, welke werd geweigerd door de Minister van Binnenlandse Zaken. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van de minister. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat artikel 3 van Pro de Wet op de adeldom niet van toepassing is op geadopteerde kinderen die geboren zijn vóór de inwerkingtreding van de Wet op 1 augustus 1994. Dit omdat de wetgever bij de behandeling van het wetsvoorstel heeft aangegeven dat het rechtsfeit van geboorte bepalend is voor de toepassing van artikel 3. De Raad stelde vast dat het onderscheid tussen natuurlijke en geadopteerde kinderen niet relevant is, maar dat het tijdstip van geboorte doorslaggevend is.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing bevestigt dat inschrijving in het filiatieregister niet kan worden verleend aan geadopteerde kinderen geboren voor de inwerkingtreding van de Wet op de adeldom.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de inschrijving in het filiatieregister wordt geweigerd.