ECLI:NL:RVS:2005:AR8731
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B.J. van Ettekoven
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning exploitatie café/bar annex zalen-/partycentrum in Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam verleende aan appellanten vergunning voor exploitatie van een café/bar annex poolcafé, maar weigerde vergunning voor exploitatie als zalen-/partycentrum. Appellanten maakten bezwaar en stelden beroep in bij de rechtbank, die deels hun beroep gegrond verklaarde ten aanzien van een derde appellant, maar de weigering van de vergunning voor het zalen-/partycentrum handhaafde.
Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante sub 3 als huurder en exploitant van het pand rechtstreeks belang had bij de vergunning en dat haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. De Afdeling besloot de zaak zelf inhoudelijk te behandelen.
De Afdeling bevestigde dat de burgemeester de weigering van de vergunning voor het zwaardere horecatype in redelijkheid kon baseren op het gevaar voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat, mede gezien eerdere overlast en het beleid in de Nota Horecabeleid Hoogvliet. Ook werd geoordeeld dat een eerdere brief van de gemeente geen gerechtvaardigde verwachting gaf op vergunning voor het zalen-/partycentrum.
De Afdeling vernietigde het vonnis voor zover het bezwaar van appellante sub 3 niet-ontvankelijk werd verklaard, verklaarde haar beroep ongegrond en bevestigde het overige vonnis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunning voor exploitatie als zalen-/partycentrum wegens risico op aantasting van openbare orde en woon- en leefklimaat.