Uitspraak
200102663/1en
200102672/1heeft de Afdeling de door de staatssecretaris tegen de uitspraken van 24 april 2001 ingestelde hoger beroepen ongegrond verklaard.
200102663/1en
200102672/1, heeft de Afdeling de wijze waarop de tegemoetkoming in de teeltplanschade in de besluiten van 27 augustus 1999 was berekend – met een van de formule A-D afwijkende formule – als onjuist aangemerkt. Omdat deze onjuiste berekeningswijze ook in de genoemde schaderapporten was gehanteerd, kunnen deze niet meer als grondslag voor de berekening van de tegemoetkoming dienen. Ten behoeve van de na de uitspraak van de Afdeling te nemen beslissingen op bezwaar heeft de staatssecretaris andermaal schaderapporten laten opmaken, aan de hand waarvan de tegemoetkoming nu met gebruikmaking van de formule A-D is berekend. Niet valt in te zien waarom deze nieuwe rapporten in het kader van de volledige heroverweging die bij de nieuw te nemen beslissingen op bezwaar moest plaatsvinden niet als de in de WTS bedoelde schaderapporten kunnen worden beschouwd. De staatssecretaris mocht zijn beslissingen op bezwaar dan ook op deze nieuwe rapporten baseren. Van strijd met de artikelen 4, 5, 6 en 10 van de WTS is niet gebleken.
200106074/1, in beginsel de KWIN-normbedragen, die zijn gebaseerd op jaarbedragen, mogen worden toegepast, mee dat wanneer die toepassing aldus plaatsvindt ook ten aanzien van factor B, waar eveneens sprake is van de redelijkerwijs te verwachten opbrengst, deze zelfde op jaarbedragen gebaseerde normbedragen behoren te worden gehanteerd.
200106074/1verder overwogen dat toepassing van de KWIN-norm in strijd komt met artikel 4, eerste lid, aanhef en onder e, van de WTS als appellanten aannemelijk kunnen maken dat hun productiemethode zodanig afwijkt van de productiemethode van die waarop de gegevens van de KWIN zijn gebaseerd, dat die norm niet aansluit op de redelijkerwijs te verwachten opbrengst van de geteelde gewassen.