ECLI:NL:RVS:2004:AT9305
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring ondanks ontbreken voorafgaande staandehouding
Appellant is op 11 december 2003 aangehouden op verdenking van een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening en overgebracht naar het politiebureau te Hoorn. Omdat zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie niet konden worden vastgesteld, werd hij overgedragen aan de vreemdelingendienst en in vreemdelingenbewaring gesteld.
Appellant stelde in hoger beroep dat de ophouding onrechtmatig was omdat voorafgaand geen staandehouding had plaatsgevonden, wat volgens hem vereist is om discriminatoire ophouding te voorkomen. De rechtbank had dit standpunt verworpen en de vreemdelingenbewaring bevestigd.
De Raad van State oordeelt dat de feiten en omstandigheden die tijdens de strafrechtelijke aanhouding aan het licht kwamen, voldoende grond boden voor het vermoeden van illegaal verblijf. Daarom was een aparte staandehouding vooraf niet noodzakelijk en mocht tot ophouding worden overgegaan.
Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vreemdelingenbewaring van appellant ondanks het ontbreken van een voorafgaande staandehouding.