ECLI:NL:RVS:2004:AR8341
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- P. Plambeck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bezwaar over overbrenging verfslib naar België
Verzoekster, Inter-Che-M B.V., heeft kennisgeving gedaan van het voornemen om 2.000.000 kg verfslib in vaten naar België over te brengen met toepassing van de procedure van algemene kennisgeving volgens Verordening 259/93/EEG. Verweerder, de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, maakte bezwaar tegen deze overbrenging omdat volgens hem het kennisgevingsformulier onjuist was ingevuld; de handeling zou ten onrechte als nuttige toepassing zijn aangemerkt terwijl het een verwijderingshandeling betreft.
De Voorzitter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening en overwoog dat volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie de kwalificatie van de handeling moet worden bepaald aan de hand van de eerste handeling die de afvalstoffen ondergaan na overbrenging. Uit de stukken bleek dat bij WOS Hautrage S.A. ongebluste kalk wordt toegevoegd aan het verfslib, wat een chemische reactie veroorzaakt en korrels vormt die als brandstof in de cementindustrie kunnen worden ingezet. Deze eerste handeling moet als verwijderingshandeling worden aangemerkt.
Verzoekster stelde dat het een nuttige toepassing betrof omdat het verfslib als brandstof wordt ingezet, maar de Voorzitter oordeelde dat dit pas een volgende handeling is en niet bepalend voor de classificatie. Ook het argument dat het verschredderen van de vaten de eerste handeling zou zijn, kon niet worden onderbouwd. Daarom was het bezwaar van de staatssecretaris terecht en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 22 december 2004 door Voorzitter J.M. Boll in aanwezigheid van ambtenaar van Staat P. Plambeck.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de eerste handeling na overbrenging een verwijderingshandeling betreft.