ECLI:NL:RVS:2004:AR7998
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- M. Oosting
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing revisievergunning mestverwerking en geurhinder
Bij besluit van 26 april 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Gelderland een revisievergunning aan een besloten vennootschap voor de op- en overslag en verwerking van dierlijke meststoffen op een locatie in Gelderland. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat het beroep deels niet-ontvankelijk was omdat appellanten niet tijdig bedenkingen hadden ingebracht over de wijze van communicatie door vergunninghoudster.
Inhoudelijk voerden appellanten aan dat de aanvraag onterecht in behandeling was genomen zonder milieu-effectrapportage, dat de inrichting onaanvaardbare stankhinder veroorzaakt, dat ongeboren mest besmettingsrisico's meebrengt en dat de proefnemingen oncontroleerbare situaties kunnen veroorzaken. De Raad oordeelde dat het aanvoeren van het milieu-effectrapport in een laat stadium strijdig was met de goede procesorde en dat de geurhinder was getoetst aan geldende beleidskaders en normen, waarbij de strengere richtwaarde werd gehanteerd en de inrichting hieraan kan voldoen.
Met betrekking tot het besmettingsrisico stelde de Raad vast dat de mestverwerking plaatsvindt in een gesloten systeem met voorschriften die risico's beperken. De proefnemingen zijn tijdelijk en onder voorwaarden toegestaan. Het bezwaar tegen strijdigheid met het bestemmingsplan werd verworpen omdat dit niet onder het milieubelang valt. Het beroep werd voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard.