ECLI:NL:RVS:2004:AR7989
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunningen grondwateronttrekking in Zuidelijk Flevoland wegens beleidswijziging
Verweerder heeft in oktober 2003 vergunningen voor het onttrekken van grondwater door appellanten ingetrokken, met een begunstigingstermijn tot mei 2005. De vergunningen betroffen onttrekkingen uit het derde watervoerend pakket in Zuidelijk Flevoland voor veedrenking, bedrijfshygiëne en beregening. Appellanten voerden aan dat het gebruik van leidingwater geen geschikt alternatief is en dat zij onevenredig hoge investeringen moeten doen.
De Raad van State overweegt dat het beleid van verweerder gericht is op het reserveren van het zoete grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening, zoals vastgelegd in het Omgevingsplan Flevoland. Het gebruik van leidingwater, geleverd door Hydron, is een geschikt alternatief, waarbij Hydron haar leveringsplicht kan nakomen en het water deels afkomstig is van geïnfiltreerd oppervlaktewater. Hierdoor wordt het grondwater duurzaam beschermd en kan vervuiling worden beperkt.
De Raad acht de intrekking van de vergunningen in overeenstemming met het beleid en wijst de beroepen af. De kosten voor het gebruik van leidingwater zijn niet onredelijk hoog en schadevergoeding moet apart worden aangevraagd bij verweerder. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking van de vergunningen voor grondwateronttrekking worden ongegrond verklaard.