ECLI:NL:RVS:2004:AR7984
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunningen grondwateronttrekking in Zuidelijk Flevoland wegens beleidswijziging
Bij besluiten van 28 oktober 2003 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland vergunningen voor het onttrekken van grondwater geheel of gedeeltelijk ingetrokken per 1 mei 2005 of 1 januari 2009. Appellanten, houders van deze vergunningen, stelden beroep in tegen deze besluiten.
De vergunningen betroffen onttrekkingen uit het derde watervoerend pakket in Zuidelijk Flevoland voor diverse agrarische gebruiksdoelen. De intrekking betrof met name gebruiksdoelen als bedrijfshygiëne, gewasbescherming, veedrenking, fertigatie en koeling, terwijl vergunningen voor beregening in stand bleven.
De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan beleidsvrijheid heeft om vergunningen in te trekken indien er nieuwe omstandigheden zijn, zoals een geschikt alternatief (leidingwater) en dat het beleid gericht is op het reserveren van grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening. Appellanten konden niet aantonen dat het beleid onredelijk was of dat het vertrouwensbeginsel was geschonden. Ook was er geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel.
De beroepen werden ongegrond verklaard. Schadekwesties dienen apart te worden behandeld via een verzoek om schadevergoeding bij het bestuursorgaan.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking van vergunningen voor grondwateronttrekking zijn ongegrond verklaard.