ECLI:NL:RVS:2004:AR7981
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last tot verwijderen bouwwerken en beëindigen timmerbedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Grave heeft op 13 april 2004 een last opgelegd aan verzoeker om bouwwerken op een perceel te verwijderen en het uitoefenen van een machinaal timmerbedrijf in een schuur te beëindigen. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank 's-Hertogenbosch ongegrond verklaard in het ingestelde beroep.
Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om het besluit tijdelijk te schorsen. Tijdens de zitting op 9 december 2004 werden de standpunten van beide partijen gehoord.
De Raad van State oordeelde dat het besluit uitvoerbaar blijft, mede omdat de rechtbank het besluit al had getoetst en het beroep ongegrond had verklaard. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat het besluit in de bodemprocedure zou worden vernietigd. De overgelegde bouwvergunning uit 1984 was niet relevant voor de bouwwerken waarop de last betrekking had.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het lastbesluit is afgewezen.