Uitspraak
200206598/1) moet onder een calamiteit worden verstaan een verwoesting door een onvermijdelijk, eenmalig, buiten de schuld van de betrokkene veroorzaakt onheil. De omstandigheid dat de draagconstructie van de oorspronkelijke schuur zou zijn aangetast door boktor leidt niet tot het oordeel dat de schuur teniet is gegaan ten gevolge van een zodanig eenmalig onheil. Derhalve was herbouw daarvan niet toegestaan op de voet van artikel 26.1, aanhef en onder b, van de planvoorschriften. Anders dan appellant betoogt, volgt uit artikel 26.3 van de planvoorschriften evenmin dat de herbouw van de schuur wel onder de beschermende werking van het overgangsrecht valt. De Afdeling deelt derhalve het oordeel van de voorzieningenrechter dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de schuur niet onder de overgangsbepalingen van het bestemmingsplan valt.