ECLI:NL:RVS:2004:AR7962
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W.C.M. Ramsahai
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand Amsterdam wees op 14 maart 2002 het verzoek van appellant om toevoeging voor rechtsbijstand af vanwege het bezit van een eigen vermogen boven de wettelijke grens. De raad verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond en ook de rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing bij uitspraak van 12 maart 2004.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen rekening had gehouden met een schuld aan de gemeente in de vorm van een renteloze lening, die volgens hem relevant was voor de vaststelling van zijn vermogen. De Raad van State oordeelde dat deze schuld niet in aanmerking genomen mocht worden omdat deze niet was aangegaan ter verkrijging van bezittingen noch betrekking had op bijzondere uitgaven.
Verder bleek uit de jaarrekening 2001 dat het eigen vermogen van appellant per 31 december 2001, dat als maatstaf diende voor de toevoeging van januari 2003, ook zonder verrekening van de schuld lager was dan de vermogensgrens. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om toevoeging rechtsbijstand bevestigd.