ECLI:NL:RVS:2004:AR7952
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning pelsdierenhouderij wegens onvoldoende motivering cumulatieve stankhinder en geluidvoorschriften
Bij besluit van 16 maart 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk een revisievergunning aan een pelsdierenhouderij. De vergunning werd aangevochten door Stichting Bont voor Dieren, die bezwaar maakte tegen de naleving van geluidvoorschriften en de toename van cumulatieve stankhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het geluidvoorschrift 5.1.1 niet van toepassing is op incidentele activiteiten zoals schoonmaak met een hogedrukreiniger, omdat deze niet tot de representatieve bedrijfssituatie behoren. Wel stelde de Afdeling vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het laden en lossen tijdens de dagperiode was uitgezonderd van de piekgeluidgrenswaarde.
Daarnaast bleek uit een door appellante overgelegde berekening dat er sprake was van een overbelaste situatie met betrekking tot stankhinder in de omgeving. Het college had onvoldoende onderbouwd waarom de vergunning ondanks de toename van stankhinder niet geweigerd hoefde te worden.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het college in de proceskosten. Het verzoek tot vergoeding van administratieve kosten werd afgewezen omdat deze niet onder het toepasselijke besluit vallen.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit tot het verlenen van de revisievergunning is vernietigd wegens onvoldoende motivering over geluid en stankhinder.