ECLI:NL:RVS:2004:AR7945
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- P.C.E. van Wijmen
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen wijzigingsvergunning fruit- en tuinbouwbedrijf wegens milieuaspecten
Bij besluit van 22 december 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland aan vergunninghoudster een vergunning voor de uitbreiding van een fruit-, tuinbouw- en transportbedrijf. Appellanten stelden dat de vergunning ten onrechte aan vergunninghoudster was verleend en dat milieuaspecten onvoldoende waren meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat noch de Wet milieubeheer noch het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer voorschrijven wie de vergunning moet aanvragen, en dat de vergunning geldt voor degene die de inrichting drijft. De vermeende toekomstige ontwikkelingen in de omgeving waren niet concreet genoeg om mee te wegen.
Verder werd geoordeeld dat de geluidgrenswaarden uit de revisievergunning van 2000, inclusief het equivalente en maximale geluidniveau, kunnen worden nageleefd, mede op basis van geluidmetingen en berekeningen. De vrees voor toename van vrachtwagenbewegingen en geluidsoverlast werd verworpen omdat hiervoor geen vergunning was aangevraagd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijzigingsvergunning voor het fruit- en tuinbouwbedrijf wordt ongegrond verklaard.