ECLI:NL:RVS:2004:AR7599
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming van hoger beroep tegen verzetsuitspraak rechtbank
Appellante, Stichting Projektburo Het Vliegwiel, stelde beroep in tegen drie uitspraken van de rechtbank Amsterdam die zij niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens verklaarde de rechtbank het verzet van appellante tegen deze niet-ontvankelijkheidsuitspraken ongegrond. Hiertegen stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank van 22 maart 2004 een verzetsuitspraak betreft als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen ingevolge artikel 37 van Pro de Wet op de Raad van State geen hoger beroep mogelijk is. Een uitzondering op deze regel geldt alleen bij evidente schending van fundamentele procesbeginselen, maar de Afdeling zag geen aanwijzingen daarvoor.
De Afdeling overwoog verder dat het ontbreken van een openbaarmakingsdatum op één van de uitspraken en de niet-ontvankelijkverklaring van een verzoek om voorlopige voorziening geen grond vormen voor het aannemen van evidente schendingen. Ook het feit dat de verzetsrechter op iets andere gronden tot hetzelfde oordeel kwam, was onvoldoende.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wees zij het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de verzetsuitspraak van de rechtbank.