ECLI:NL:RVS:2004:AR7545
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake lasten onder dwangsom bij milieuhandhaving in Didam
Bij besluit van 2 september 2004 legde het college van burgemeester en wethouders van Didam lasten onder dwangsom op aan verzoekers wegens overtredingen van vergunningvoorschriften en de Wet milieubeheer met betrekking tot een inrichting te Didam.
Verzoekers maakten bezwaar en verzochten om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde het verzoek op 29 november 2004 en oordeelde dat sommige lasten terecht waren opgelegd, maar dat andere lasten niet voldoende waren onderbouwd of onterecht waren opgelegd. Zo werd onder meer vastgesteld dat de last betreffende het ontbreken van een vloeistofdichte vloer (voorschrift 3a) en de opslag van bepaalde gassen (voorschrift 44) niet gehandhaafd mochten worden.
Verder werd geoordeeld dat de opslagruimte G niet aan de constructie-eisen hoefde te voldoen omdat daar geen brandbare vloeistoffen worden opgeslagen, waardoor de lasten daarop geschorst werden. De Voorzitter benadrukte het belang van handhaving vanwege de gevaarsaspecten en de nabijheid van woonwijken. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Voorzitter schorst deels het besluit over lasten onder dwangsom en wijst het verzoek voor het overige af.